homewerkcvcontact (korte tekst, de volledige tekst staat eronder)
'Ik heb getracht de nodige monumentaliteit te bereiken, maar daarbij ook een landelijk karakter te behouden.' Dudok in 1924 bij zijn ontwerp van het raadhuis in Hilversum.
De opdracht is onderdeel van een serie opdrachten voor 'stadsentrees' in Hilversum en het thema voor deze opdracht was 'bouwkunst', met name de periode 1850 - 1940.
Als locatie leek mij het treinviaduct over de Diependaalselaan de meest geschikte plek voor een werk; De bovenkant hiervan loopt vrijwel gelijk aan het niveau van de weg, waardoorje er van afstand van beide kanten vrij zicht op hebt..
Het werk is een groot metalen raamwerk in de vorm van een gebouw, dat zich over de volle breedte van het viaduct uitstrekt en is gevuld met vrij fijnmazig blauw hekwerkgaas.
Het ligt als een villa ingebed het groen.
De vorm van het 'gebouw' roept associaties op met het werk van Dudok, de meest invloedrijke architect in Hilversum. Door de globale (omtrek)vormen blijft er, net als in het werk van Dudok, ruimte voor meer interpretaties; de Nieuwe Zakelijkheid, Frank Lloyd Wright en de Stijl. Het kan ook opgevat worden als een skyline.
Het is een werk dat je niet vluchtig hoeft te bekijken maar dat in je blikveld ligt, opvallend maar niet opdringerig. Vanaf een afstand gezien lijkt het werk enigszins boven de weg te zweven, wat associaties met een 'fata morgana' oproept. De invloed van het licht (richting en intensiteit) en weersomstandigheden als regen en mist op de 'verschijning' van het werk versterken dit.
Lees de volledige presentatieversie
Volledige presentativersie:
< terug
Dudok in relatie tot het werk
Hoewel het werk ver af ligt van werkelijke architectuur, zijn er naast de vorm ook andere aspecten in het werk vertegenwoordigd waaraan Dudok aandacht besteedde.
Dudok ging bijvoorbeeld bij het ontwerpen van zijn gebouwen vaak uit van de omgeving, en probeerde zijn gebouwen daarin in te bedden. Dit deed hij onder andere door aangepaste maatvoering en materiaalgebruik.
Daarnaast besteedde hij veel aandacht aan de 'vervlechting van de bebouwde stad met de natuur'. Hiervoor maakte hij bijvoorbeeld gebruik van groenstroken, bomenrijen en tuinen.
Ook in individuele gebouwen was dit een belangrijk aandachtspunt; de ruim overstekende dakranden, galerijen en ook bloembakken waren enkele manieren om de verbinding met het groen (de tuin) te maken.
Een ander aspect is dat Dudok monumenten (architectonische accenten) gebruikte als dragers van de wijken en als beëindiging van zichtlijnen.
Het betreffende werk is op verschillende manieren ingebed in zijn omgeving. Bij het bepalen van de afmetingen is uitgegaan van de directe omgeving (het viaduct en de omringende begroeiing) en de omgeving op grotere schaal.
Het viaduct vormt een overgang van stedelijk gebied naar natuur (Laapersveld), waardoor de locatie van het werk refereert aan de 'vervlechting van de bebouwde stad met de natuur'. Het transparante karakter van het 'gebouw' zorgt voor de verbinding met het groen. De omgeving wordt als het ware opgenomen in het werk. Daarbij verwijst het gaashekwerk naar (de afscheiding van) tuinen.
Het werk schept meer samenhang in de omgeving en het krijgt hierdoor een 'dragende' functie. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de toren van het werk een link legt met de toren van de verderop gelegen Diependaalse kerk.
Ervaren van het werk
Het werk bestrijkt een groot gedeelte van het traject, ook doordat de kerktoren in het werk betrokken wordt. Het is een werk dat je niet vluchtig hoeft te bekijken maar dat in je blikveld ligt, opvallend maar niet opdringerig.
Al vanuit de verte is het (van beide kanten) zichtbaar en vanaf verschillende afstanden heeft het een andere werking.
Vanaf een afstand gezien lijkt het werk enigszins boven de weg te zweven, wat associaties met een 'fata morgana' oproept. Dit wordt nog versterkt doordat het licht (intensiteit en richting) en weersomstandigheden zoals regen en mist invloed hebben op hoe het werk er op dat moment uitziet ('verschijnt').
Dichterbij komend wordt het viaduct in zijn geheel zichtbaar en vormt het een fundament voor het 'gebouw'. Ook het materiaal en de constructie worden meer zichtbaar.
De treinen die regelmatig over het viaduct komen voorzien het 'gebouw' tijdelijk van ramen(en inwoners).